België telde 11.867.634 inwoners op 1 januari 2026
Op 1 januari 2026 telde de Belgische bevolking 11.867.634 inwoners volgens de officiële cijfers van Statbel, het Belgische statistiekbureau. Dat zijn 42.083 inwoners meer dan op 1 januari 2025. Het Belgische bevolkingsaantal groeide met 0,36%. Dat is een eerder beperkte groei, als we vergelijken met voorgaande jaren.
In dit nieuwsbericht volgt een meer gedetailleerde analyse van:
- De bevolkingsontwikkeling in de loop van 2025
- De structuur van de bevolking op 1 januari 2026
Bevolkingsontwikkeling in 2025
België
Gedurende 2025 kende België een bevolkingsgroei met 0,36% of 42.083 inwoners:
- In 2025 waren er meer overlijdens dan geboorten, wat resulteerde in een negatief natuurlijk saldo (-4.890). Hiermee is 2025 het vierde jaar op rij waarin een negatief natuurlijk saldo werd opgetekend. De demografische evoluties van de bevolking, waaronder de vergrijzing, spelen hierin een belangrijke rol. De vergrijzing van de bevolking betekent dat het aandeel ouderen in de bevolking stijgt en zij hebben per definitie een hoger sterfterisico. Tegelijk daalt het aandeel van de jongere cohorten, waardoor het aandeel vrouwen op vruchtbare leeftijd afneemt. In combinatie met het teruglopende totale vruchtbaarheidscijfer resulteert dit in laag blijvend aantal geboorten.
- Het internationaal migratiesaldo was gedurende 2025 positief (+47.562), wat betekent dat er meer immigranten in België arriveerden dan dat er emigranten vanuit België naar het buitenland vertrokken. Het jaarlijkse internationaal migratiesaldo is in 2025 lager als in de periode 2021-2024, waarin het aantal internationale migratiebewegingen bijzonder hoog lag. Enerzijds werd een inhaalbeweging waargenomen na de COVID-19-pandemie, waarin het aantal internationale migratiebewegingen beperkt was. Daarna volgde een hogere instroom van migranten door de geopolitieke context, waarbij de grootste impact het gevolg was van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.
De bevolkingsgroei in België gedurende 2025 is dus het gevolg van een positief internationaal migratiesaldo, dat het negatief natuurlijk saldo compenseert en daarnaast zorgt voor een bevolkingsgroei van 42.083 inwoners.
Vlaams Gewest
In 2025 kende het Vlaams Gewest een bevolkingsgroei met 0,49% of 33.584 inwoners. Hierdoor was Vlaanderen het snelst groeiende gewest:
- Ook in het Vlaams Gewest houdt de trend van een negatief natuurlijk saldo aan (-4.176).
- Daarnaast tekent Vlaanderen een positief internationaal migratiesaldo op (+ 24.319).
- Op regionaal niveau duikt een derde saldo op: het intern migratiesaldo. Dit geeft het aantal verhuisbewegingen tussen de regio’s weer. In Vlaanderen is het intern migratiesaldo positief (+13.736), wat betekent dat er meer inwoners vanuit een ander gewest zich in het Vlaams Gewest vestigen, dan dat er inwoners vanuit Vlaanderen naar een ander Belgisch gewest trekken.
De bevolkingsgroei in het Vlaams Gewest gedurende 2025 is het gevolg van een positief internationaal en een positief intern migratiesaldo. Samen compenseren deze het negatief natuurlijk saldo en zorgen samen voor een bevolkingsgroei met 33.584 inwoners.
Waals Gewest
De bevolkingsgroei in het Waals Gewest ligt met 0,23% of 8.460 inwoners iets lager dan in het Vlaams Gewest. Deze groei wordt wel gedreven door dezelfde componenten:
- Het Waals Gewest kent een negatief natuurlijk saldo (-5.817). Het natuurlijk saldo is, net zoals in Vlaanderen, al meerdere jaren negatief.
- In 2025 had Wallonië, net als België en de andere regio’s, een positief internationaal migratiesaldo (+9.255).
- Het positief intern migratiesaldo in Wallonië (+4.817) vormt een drijvende kracht achter de bevolkingsgroei, zoals dat ook het geval is in het Vlaams Gewest.
De bevolkingsgroei in het Waals Gewest gedurende 2025 is, net zoals in het Vlaams Gewest, het gevolg van een positief internationaal en een positief intern migratiesaldo. Dit compenseert het negatief natuurlijk saldo en resulteert alsnog in een bevolkingstoename met 8.460 inwoners.
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Met slechts 39 inwoners extra, kende het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2025 een stagnatie van de bevolking en dus geen bevolkingsgroei zoals de andere gewesten. Ook de drijvende krachten achter de bevolkingsontwikkeling zijn verschillend tegenover de andere gewesten:
- In 2025 kende het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, als enige gewest, nog een positief natuurlijk saldo (+5.103).
- Net zoals in de andere regio’s werd in 2025 een positief internationaal migratiesaldo waargenomen (+13.988).
- Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest onderscheidt zich van de andere gewesten door een negatief intern migratiesaldo (-18.553).
De bevolking in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bleef nagenoeg ongewijzigd gedurende 2025 . Het positieve natuurlijk saldo en het positieve internationaal migratiesaldo compenseerde net het negatief intern migratiesaldo.
Structuur van de bevolking op 1 januari 2026
Leeftijd
België
De Belgische bevolking vergrijst: op 1 januari 2026 was één vijfde van de bevolking 65 jaar of ouder. Ook de intensiteit van de vergrijzing neemt toe: er zijn steeds meer senioren voor elke 100 personen op actieve leeftijd (20-64 jaar), en de senioren worden steeds ouder (bijna een derde van de 65-plussers is 80 jaar of ouder).
- Het aandeel 65-plussers is in de afgelopen decennia fors toegenomen: hun aandeel steeg van 16,03%, naar 17,21%,18,30% en 20,67% in respectievelijk 1996, 2006, 2016 en 2026), ofwel een stijging met 4,64 procentpunt tussen 1996 en 2026.
- Deze evolutie is eveneens zichtbaar in de toegenomen grijze druk: voor elke 100 personen op actieve leeftijd (20 tot 64 jaar oud) waren er 26,73 senioren (65-plussers) in 1996 en dat aandeel steeg naar 35,94 senioren in 2026.
- Tegelijk worden de senioren ook steeds ouder. In 1996 was 3,81% van de bevolking 80 jaar of ouder. Dat aandeel steeg naar 4,43% in 2006, naar 5,49% in 2016 en 5,69% in 2026.
- Dus ook de intensiteit van de vergrijzing nam de afgelopen decennia toe: in 1996 was 23,76% van de 65-plussers 80 jaar of ouder en hun aandeel steeg naar 27,52% in 2026.
Deze vergrijzing wordt eveneens geïllustreerd door de bevolkingspiramides in 1996, 2006, 2016 en 2026 in figuur 1. De Belgische bevolkingspiramide kent een klokvorm ten gevolge van een laag aantal geboorten en een hoge levensverwachting. Dat is een typische vorm in Westerse landen, waar de bevolking minder snel groeit. De temporele evolutie toont dat het zwaartepunt van de bevolkingspiramide naar boven opschuift en dus ouder wordt. In 1996 lag het zwaartepunt bij de bevolkingsgroep tussen de 30 en 49 jaar oud, dat verschuift naar de 40 tot 59-jarigen en de 50 tot 69 jarigen, in respectievelijk 2006 en 2016. Deze trend zet zich ook gedurende het laatste decennium door met een toename van het aantal 60 tot 79 jarigen. Al begint het doorschuiven wat uit te doven, want de 30 tot 49-jarigen uit 1996 zijn in 2026 tussen de 60 en 79 jaar oud. Naarmate men ouder wordt, neemt ook de overlijdenskans toe, waardoor de babyboomers in aantallen opnieuw wat kleiner wordt.
Gewesten
De vergrijzing is niet in alle Belgische gewesten even sterk. Vlaanderen en Wallonië kenden een toename van het aandeel 65- en 80-plussers, de grijze druk en de intensiteit van de vergrijzing. De bevolking in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest evolueert eerder in de omgekeerde richting met een afname van het aandeel 65- en 80-plussers en de grijze druk. De intensiteit van de vergrijzing bleef in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nagenoeg stabiel. In tabel 1 en de onderstaande analyse gaan we dieper in op deze regionale verschillen.
Tabel 1: Aandeel 65- en 80-plussers, de grijze dru de intensiteit van de vergrijzing in België en de gewesten in 1996, 2006, 2016 en 2026k en
| Aandeel 65+ (%) | Grijze druk (Aantal 65+ per 100 pers. op actieve leeftijd) | Aandeel 80+ (%) | Intensiteit van de vergrijzing 80+/65+ (%) | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Vlaams Gewest | 1996 | 15,65 | 25,79 | 3,70 | 23,62 |
| 2006 | 17,84 | 29,74 | 4,38 | 24,56 | |
| 2016 | 19,54 | 33,20 | 5,87 | 30,04 | |
| 2026 | 22,06 | 38,97 | 6,35 | 28,77 | |
| Waals Gewest | 1996 | 16,32 | 27,74 | 3,71 | 22,71 |
| 2006 | 16,70 | 28,39 | 4,44 | 26,61 | |
| 2016 | 17,79 | 30,26 | 5,22 | 29,37 | |
| 2026 | 20,57 | 35,88 | 5,13 | 24,94 | |
| Brussels Hoofdstedelijk Gewest | 1996 | 17,37 | 29,20 | 4,87 | 28,03 |
| 2006 | 15,17 | 24,95 | 4,70 | 30,96 | |
| 2016 | 13,14 | 21,27 | 4,22 | 32,15 | |
| 2026 | 13,36 | 21,16 | 3,73 | 27,93 | |
| België | 1996 | 16,03 | 26,73 | 3,81 | 23,76 |
| 2006 | 17,21 | 28,84 | 4,43 | 25,75 | |
| 2016 | 18,30 | 30,95 | 5,49 | 29,99 | |
| 2026 | 20,67 | 35,94 | 5,69 | 27,52 | |
In 1996 was ongeveer 1 op 6 inwoners 65 jaar of ouder en dat steeg naar 1 op 5 inwoners in 2026. De evolutie van het aandeel 65-plussers verschilt tussen de regio’s. Zo steeg het aandeel 65-plussers, net als het aandeel van de 80-plussers, in het Vlaams en het Waals Gewest. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toont een omgekeerde evolutie, waarbij het aandeel 65-plussers en 80-plussers tussen 1996 en 2026 daalde:
- Vlaanderen: aandeel 65-plussers steeg van 15,65% naar 22,06% en het aandeel 80-plussers steeg van 3,70% naar 6,35%.
- Wallonië: aandeel 65-plussers steeg van 16,32% naar 20,57% en het aandeel 80-plussers steeg van 3,71% naar 5,13%.
- Brussel: aandeel 65-plussers daalde van 17,37% naar 13,36% en het aandeel 80-plussers daalde van 4,87% naar 3,73%.
De verouderende bevolking geeft aanleiding tot een stijging van de grijze druk. In België steeg de grijze druk van 26,73 senioren naar 35,94 senioren voor elke 100 inwoners op actieve leeftijd. De grijze druk stijgt in zowel het Vlaams Gewest, als het Waals Gewest. Echter het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kent een daling van de grijze druk. De evolutie van de grijze druk tussen 1996 en 2026:
- Vlaanderen: de grijze druk nam toe van 25,79 naar 38,97 senioren per 100 inwoners op actieve leeftijd.
- Wallonië: grijze druk nam toe van 27,74 naar 35,88 senioren per 100 inwoners op actieve leeftijd.
- Brussels: de grijze druk nam af van 29,20 naar 21,16 senioren per 100 inwoners op actieve leeftijd.
Tot slot lijken de senioren ook steeds ouder worden. De intensiteit van de vergrijzing, of het aantal van 80-plussers tegenover het aantal 65-plussers, is in België gestegen van 23,76% naar 27,52%. Het Vlaams Gewest kende de sterkste toename en ook in het Waals Gewest steeg de vergrijzingsintensiteit. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, daarentegen, vertoont een eerder stabiele intensiteit van de vergrijzing:
- Vlaanderen: de intensiteit van de vergrijzing nam toe van 23,62% naar 28,77%, ofwel een stijging met 5,16 procentpunt.
- Wallonië: de intensiteit van de vergrijzing nam toe van 22,71% naar 24,94%, ofwel een stijging met 2,23 procentpunt.
- Brussel: de intensiteit van de vergrijzing bleef min of meer stabiel.
Geboorteland
Het aandeel Belgische inwoners dat in België werd geboren, daalt. In 1996 was nog 90,16% van de inwoners in België geboren. Respectievelijk 10 en 20 jaar later daalde dat aandeel naar 87,93% (2006) en 83,92% (2016). In 2026 is 79,80% van de Belgische inwoners in België geboren.
Het aandeel van de inwoners dat in België geboren werd, verschilt sterk tussen de regio’s. In 2026 waren in het Vlaams en Waals Gewest ongeveer acht op de tien inwoners in België geboren, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest was dat slechts één op twee inwoners.
De daling van het aandeel in België geboren inwoners wordt gezien in alle gewesten. In respectievelijk 1996, 2006, 2016 en 2026 was hun aandeel:
- Vlaams Gewest: een daling naar respectievelijk 94,19%, 92,18%, 88,32% en 83,36%;
- Waals Gewest: een daling naar 88,28%, 87,46%, 85,38% en 83,06%;
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest: een daling naar 71,79%, 64,19% en 55,46% en 50,57%.
Daarbij springt in het oog dat het tempo van deze daling sterk verschilt naargelang de regio. Als we een ruime periode (1996-2026) in beschouwing nemen is deze daling afgetekend het sterkst in Brussel (-21,22 procentpunt), gevolgd door Vlaanderen (-10,83 procentpunt) en in Wallonië was de daling het minst uitgesproken (-5,22 procentpunt). In 1996 was in Vlaanderen het aandeel van de in België geboren inwoners nog het grootst, vandaag stellen we vast dat dit aandeel in het Vlaams en Waals Gewest nagenoeg gelijk is. Wanneer we inzoomen op het laatste decennium werd een daling van dezelfde grootteorde gezien in het Vlaams en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (respectievelijk -4,96% en -4,89%). In Wallonië lag in diezelfde periode het tempo van de afname lager (-2,31%-punt).
| Woonplaats | Bevolking op 1 januari 2025 | Natuurlijk saldo | Saldo van de interne migratie | Saldo van de internationale migratie | Statistische aanpassing | Totale groei | Bevolking op 1 januari 2026 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| België | 11.825.551 | -4.890 | 0 | 47.562 | -589 | 42.083 | 11.867.634 |
| Brussels Hoofdstedelijk Gewest | 1.255.795 | 5.103 | -18.553 | 13.988 | -499 | 39 | 1.255.834 |
| Vlaams Gewest | 6.864.766 | -4.176 | 13.736 | 24.319 | -295 | 33.584 | 6.898.350 |
| Waals Gewest | 3.704.990 | -5.817 | 4.817 | 9.255 | 205 | 8.460 | 3.713.450 |
| Duitstalige Gemeenschap | 79.537 | -121 | -76 | 183 | -8 | -22 | 79.515 |
| Woonplaats | Bevolking op 1 januari 2025 | Natuurlijk saldo | Saldo van de interne migratie | Saldo van de internationale migratie | Statistische aanpassing | Totale groei | Bevolking op 1 januari 2026 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Provincie Antwerpen | 1.921.189 | 1.145 | 477 | 9.142 | -62 | 10.702 | 1.931.891 |
| Provincie Limburg | 904.919 | -1.355 | 677 | 4.349 | -8 | 3.663 | 908.582 |
| Provincie Oost-Vlaanderen | 1.602.532 | -697 | 4.699 | 4.882 | -7 | 8.877 | 1.611.409 |
| Provincie Vlaams-Brabant | 1.204.541 | -33 | 4.520 | 2.093 | -324 | 6.256 | 1.210.797 |
| Provincie West-Vlaanderen | 1.231.585 | -3.236 | 3.363 | 3.853 | 106 | 4.086 | 1.235.671 |
| Provincie Waals-Brabant | 415.381 | -493 | 1.505 | 652 | -98 | 1.566 | 416.947 |
| Provincie Henegouwen | 1.365.328 | -2.832 | 3.097 | 2.561 | 408 | 3.234 | 1.368.562 |
| Provincie Luik | 1.122.925 | -1.415 | -2 | 3.843 | -51 | 2.375 | 1.125.300 |
| Provincie Luxemburg | 296.008 | -183 | -265 | 852 | -42 | 362 | 296.370 |
| Provincie Namen | 505.348 | -894 | 482 | 1.347 | -12 | 923 | 506.271 |
Doel en korte beschrijving
De loop van de bevolking bevat statistieken die toelaten om de evolutie van de residentiële bevolking, zoals ingeschreven in het Rijksregister der natuurlijke personen (RRNP), te verklaren.
Deze statistiek betreft de wijziging in de residentiële bevolking, zoals ingeschreven in het Rijksregister van natuurlijke personen (RRNP), gedurende één referentie jaar. De Belgische bevolking omvat Belgen en niet-Belgen toegelaten of gemachtigd om zich te vestigen of om te verblijven op het grondgebied, maar omvat niet de niet-Belgen die minder dan 3 maanden op het grondgebied verblijven, de asielzoekers en de niet-Belgen in onregelmatige situatie. (Wet van 19 juli 1991 en wet van 1 februari 1995)
Het aantal inwoners evolueert gedurende het jaar ten gevolge van een aantal gebeurtenissen, ook wel ‘bewegingen’ genoemd. Op Belgisch niveau zijn de volgende bewegingen verantwoordelijk voor een wijziging in het aantal inwoners: geboorten; overlijdens; internationale migraties (zowel inwijking, als uitwijking) en nationaliteitswijzigingen. Dezelfde bewegingen kunnen ook in kaart worden gebracht op een lager geografisch niveau, bijvoorbeeld op het niveau van de gemeente. Op dit lager niveau kan een extra beweging worden bestudeerd, namelijk een verandering van woonplaats in België wat ook wel een interne migratie wordt genoemd.
De wijzigingen in de residentiële bevolking kunnen worden afgeleid uit het RRNP dat wordt beheerd door de FOD binnenlandse zaken. Het RRNP is een informatiesysteem en verzekert de registratie, de opslag en de communicatie van de identificatiegegevens van personen. Deze gegevens worden verzameld door de gemeenten (en de dienst vreemdelingenzaken voor bepaalde categorieën). De informatie in het rijksregister is georganiseerd in ‘informatietypes (IT)’, zijnde de verschillende onderdelen van de wettelijke informatiegegevens. De loop van de bevolking wordt bepaald op basis van deze informatietypes. Statbel is namelijk geautoriseerd om jaarlijks bepaalde ITs uit het rijksregister te ontvangen om op deze manier te kunnen voldoen aan zijn statistische missie. Meer informatie over de verschillende informatietypes in het RRNP kan teruggevonden worden op de website van de FOD Binnenlandse Zaken bij de Directie Instellingen en Bevolking.
Meer cijfers betreffende de internationale migratie bewegingen, kunnen teruggevonden worden in het thema ‘migraties’ op de Statbel website.
Meer cijfers betreffende de nationaliteitswijzigingen, kunnen teruggevonden worden in het thema ‘nationaliteitswijzigingen’ op de Statbel website.
Populatie
Inwoners in België
Frequentie
Jaarlijks.
Timing publicatie
Resultaten beschikbaar 6 maanden na de referentieperiode
Omschrijving van de verschillende bewegingen van de bevolking
Natuurlijk saldo
Het natuurlijk saldo van de bevolking wordt berekend als het aantal geboorten vermindert met het aantal sterfgevallen die gedurende een volledig referentiejaar werden geregistreerd. Wanneer het aantal geboorten groter is dan het aantal sterfgevallen resulteert dit in een positief natuurlijk saldo.
Informatie betreffende het aantal geboorten kan worden afgeleid uit de IT100, de geboorteplaats. Om het aantal geboorten gedurende het referentiejaar te bepalen wordt rekening gehouden met de geboortedatum, deze moet zich in het betreffende referentiejaar bevinden. Daarnaast wordt eveneens rekening gehouden met de geboorteplaats, de geboorte moet namelijk plaatsgevonden hebben in een Belgische gemeente.
Informatie over het aantal overlijdens wordt afgeleid uit de IT150, plaats en datum van overlijden. Voor het bepalen van het aantal overlijdens gedurende het referentiejaar wordt rekening gehouden met de datum van overlijden en de plaats waar de persoon op het moment van het overlijden was ingeschreven. Het overlijden wordt namelijk enkel in beschouwing genomen indien de persoon op het moment van het overlijden officieel in een Belgische gemeente verbleef (en dus tot de residentiële bevolking behoorde).
Intern migratie saldo
Het intern migratie saldo kan enkel worden berekend op sub-Belgisch niveau, het betreft namelijk mensen die in België verhuizen van de ene gemeente naar een andere gemeente. Een dergelijke verhuis kan gelijktijdig een verhuisbewegingen tussen arrondissementen, provincies en zelfs gewesten inhouden. Wanneer in een gemeente gedurende het referentiejaar meer mensen nieuw aankomen, dan dat er mensen vertrokken zijn naar een andere gemeente, wordt gesproken van een positief intern migratie saldo.
Informatie over de woonplaats kan in het RRNP teruggevonden worden in IT001 de gemeente van verblijf en IT020 het adres van de hoofdverblijfplaats. Om het intern migratiesaldo op gemeenteniveau te achterhalen volstaat de IT001 om de verhuisbewegingen tussen Belgische gemeenten te identificeren.
Echter het kennen van het exacte adres laat wel andere toepassingen toe: zo kan bijvoorbeeld ook het aantal verhuisbewegingen binnen eenzelfde gemeente in kaart gebracht worden, waardoor onder andere het totaal aantal verhuisbewegingen in België kan worden bepaald. In grootsteden kunnen eventueel zelfs verhuisbewegingen tussen verschillende sectoren in kaart worden gebracht. Zie metadata interne migratie.
Internationaal migratie saldo
Het internationaal migratie saldo wordt berekend als het aantal internationale inwijkingen vermindert met het aantal internationale uitwijkingen die gedurende een referentiejaar hebben plaatsgevonden. Wanneer het aantal internationale inwijkingen groter is als het aantal internationale uitwijkingen dan is het internationaal migratie saldo positief.
De internationale inwijking bestaat uit drie afzonderlijke bewegingen:
- Internationale immigratie, beschikbaar sinds 1992: hiervoor wordt gebruik gemaakt IT001 of de gemeente van verblijf. Een persoon wordt beschouwd als geïmmigreerd naar België als:
a. Een inschrijving in een Belgische gemeente wordt teruggevonden, waarbij de voorafgaande registratie in de IT001 verwijst naar een verblijf in het buitenland of;
b. het een allereerste registratie in een Belgische gemeente betreft die heeft plaatsgevonden op een latere datum dan de geboortedatum.
Een persoon kan maximaal 1 maal naar België immigreren in het lopende jaar, daarom wordt bijkomend gebruik gemaakt van de IT210 of vermelding van het register om de correcte aankomstdatum te selecteren. - Herinschrijving, beschikbaar sinds 1992: wanneer een persoon ambtshalve werd geschrapt, maar zich later toch opnieuw inschrijft in een Belgische gemeente dan spreken we van een herinschrijving. Een persoon wordt als heringeschreven beschouwd als:
a. Een inschrijving in een Belgische gemeente wordt teruggevonden, waarbij de voorafgaande registratie in de IT001 verwijst naar een schrapping van de persoon en;
b. Daarnaast geldt een tijdscriterium: een persoon wordt pas als geschrapt beschouwd indien een nieuwe inschrijving in een Belgische gemeente plaatsvindt na 1 maart in het daaropvolgende jaar. Volgen de schrapping en de herinschrijving elkaar korter op, dan wordt de persoon noch beschouwd als geschrapt, noch beschouwd als heringeschreven. - Verandering van register (binnen), beschikbaar sinds 2000: wanneer een asielzoeker wordt erkend, wordt hij overgeschreven van het wachtregister naar het vreemdelingenregister. Deze informatie bevindt zich in de IT210, vermelding van het register.
De internationale uitwijkingen bestaan eveneens uit drie afzonderlijke bewegingen:
- Emigratie, beschikbaar sinds 1992: hiervoor wordt gebruik gemaakt van de IT001 of de gemeente van verblijf. Een persoon wordt als geëmigreerd beschouwd, wanneer deze persoon in de loop van het referentiejaar geregistreerd werd als wonende in het buitenland en waarbij de voorafgaande registratie in de IT001 wijst op een verblijf in een Belgische gemeente.
- Ambtshalve schrapping, beschikbaar sinds 1992: hiervoor wordt gebruik gemaakt van de IT001 of de gemeente van verblijf. Een persoon wordt als ambtshalve geschrapt beschouwd, wanneer deze persoon in de loop van het referentiejaar werd geschrapt, waarbij de voorafgaande registratie in de IT001 wijst op een verblijf in een Belgische gemeente. Bijkomend wordt er rekening gehouden met een tijdscomponent: de persoon wordt enkel als geschrapt beschouwd, wanneer die niet voor 1 maart in het daaropvolgende jaar wordt ingeschreven in een Belgische gemeente.
- Veranderingen van register (buiten), beschikbaar sinds 2010: hiervoor wordt gebruik gemaakt van IT210, de vermelding van het register. Het betreft mensen die in de loop van het jaar vanuit eender welk register worden opgenomen in het wachtregister. Meestal gaat het om mensen die van het vreemdelingenregister worden verplaatst naar het wachtregister.
Statistische aanpassingen
In het ideale scenario zou de som van de verschillende saldi gelijk moeten zijn aan de wijziging in de bevolkingsgrootte die we tussen jaar Y en jaar Y+1 waarnemen. Met andere woorden de bevolking op 1 januari in jaar Y+1 is gelijk aan de som van de bevolking op 1 januari in jaar Y, het natuurlijke saldo, het intern migratiesaldo en het internationaal migratiesaldo gedurende jaar Y.
In de praktijk is het echter zelden het geval dat dit exact uitkomt, het verschil tussen beiden wordt berekend en wordt de statistische aanpassing genoemd. De statistische aanpassing geeft een kwaliteitsindicatie voor het bevolkingscijfer. De statistische aanpassingen liggen in de grootteorde van een duizendtal eenheden. Op een totaal van honderdduizenden registraties die de loop van de bevolking doorheen het jaar bepalen is dit een minimale foutenmarge te noemen.
Veranderingen nationaliteiten
Het verwerven en toekennen van de Belgische nationaliteit zijn juridisch complexe kwesties. Statbel benadert de berekening van nationaliteitswijzigingen op een zeer eenvoudige manier: iemand verandert van nationaliteit wanneer zijn of haar nationaliteit zoals geregistreerd in IT 031 van het RRNP verandert.
We houden dus enkel rekening met personen voor wie al een andere nationaliteit geregistreerd was. Personen die de Belgische nationaliteit verwerven zonder dat er sprake is van een voorgaande nationaliteit worden niet meegerekend in deze statistieken.
Deze definitie, hoewel dus zonder echte juridisch inhoud, dekt een groot aantal juridische categorieën uit het wetboek van de Belgische nationaliteit (naturalisatie, verwerving via verklaring enz…). De voorwaarde van het hebben van een voorgaande nationaliteit heeft als gevolg dat een aantal situaties niet onder deze statistiek vallen. Dat is bijvoorbeeld grotendeels het geval waar de toekenning van de Belgische nationaliteit op basis van de nationaliteit van de vader of moeder gebeurt (art. 8 in de wet van 4 december 2012 en voorgaande). Doorgaans is er dan geen eerdere nationaliteit geregistreerd.
Nationaliteit wordt in het rijksregister geregistreerd in het 'informatietype 031'. Voor meer informatie over nationaliteitsverwerving en het 'informatietype 031' gelieve de website van de Fod. Binnenlandse Zaken - Directie Instellingen en Bevolking te raadplegen en Fod. Justitie te raadplegen.
Aangroei en index
De aangroei is de absolute wijziging in het aantal inwoners. Het is met andere woorden gelijk aan de som van de verschillende saldi, zijnde het natuurlijk saldo, het intern migratiesaldo en het internationaal migratiesaldo. Een positieve cijfer duidt op een groei van de bevolking, een negatief cijfer duidt op een krimp in de bevolking.
De index in jaar Y wordt als volgt berekend: de aangroei in referentiejaarjaar Y wordt gedeeld door de bevolking op 1 januari in jaar Y en vermenigvuldigt met 100 (de procentuele groei van de bevolking gedurende jaar Y), dit getal wordt vervolgens opgeteld bij 100. Een index groter dan 100 duidt op een bevolkingsgroei, een index kleiner dan 100 op een bevolkingskrimp. Hoe verder het getal van 100 afwijkt, hoe substantiëler de groei of de krimp van de bevolking is.