Naar inhoud springen

Keir Starmer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Keir Starmer
Keir Starmer in 2024
Keir Starmer in 2024
Volledige naam Keir Rodney Starmer
Geboren 2 september 1962
Londen Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Politieke partij Labour Party
Handtekening Handtekening
Website Officiële website
Premier van het Verenigd Koninkrijk
Aangetreden 5 juli 2024
Einde termijn 20 juli 2026
Monarch Charles III
Voorganger Rishi Sunak
Opvolger Andy Burnham
Partijleider van de Labour Party
Aangetreden 4 april 2020
Einde termijn 17 juli 2026
Voorganger Jeremy Corbyn
Opvolger Andy Burnham
Oppositieleider in het Lagerhuis
Aangetreden 4 april 2020
Einde termijn 5 juli 2024
Voorganger Jeremy Corbyn
Opvolger Rishi Sunak
Lid van het Lagerhuis
voor Holborn and St. Pancras
Aangetreden 7 mei 2015
Einde termijn 1 september 2026
Voorganger Frank Dobson
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Sir Keir Rodney Starmer (uitspraakⓘ; Southwark, 2 september 1962) is een Brits jurist en politicus voor de Labour Party. Van 5 juli 2024 tot 20 juli 2026 was hij de premier van het Verenigd Koninkrijk.

Van 2008 tot 2013 was hij hoofd van de Crown Prosecution Service (het openbaar ministerie) voor Engeland en Wales. Hij werd in 2015 lid van het Lagerhuis voor Holborn en St Pancras, en was lid van het Labour-schaduwkabinet van Jeremy Corbyn met de portefeuille vertrek uit de Europese Unie (Brexit).

Op 4 april 2020 werd hij door de leden van de Labour Party gekozen tot partijleider als Corbyns opvolger. Onder zijn leiding ging de partij een meer centristische koers varen.

Labour behaalde onder Starmer tijdens de verkiezingen van 4 juli 2024 met 411 zetels (van de 650) een absolute meerderheid in het Britse Lagerhuis, waarna het kabinet-Starmer tot stand kwam. Starmer werd daarmee de eerste Labour-premier sinds 2010. Als premier had hij te maken met onverwachte economische tegenvallers en crisissituaties in binnen- en buitenland. Hij wist enkele successen te behalen, met name in het buitenlandse beleid. Er was echter weinig verbetering op thema's die burgers belangrijk vonden, zoals kosten van levensonderhoud, energieprijzen en vervoer/kwaliteit van het wegennet. De waardering voor zijn functioneren als premier daalde snel, zowel in de partij als onder de kiezers, en Labour haalde slechte resultaten bij lokale en regionale verkiezingen.

Op 22 juni 2026 kondigde hij aan af te zullen treden als partijleider en premier zodra er een opvolger bekend was. Andy Burnham volgde hem op 17 juli 2026 op als partijleider, en op 20 juli 2026 als premier. Op 1 september dat jaar trad Starmer terug als Lagerhuislid.

Opleiding en start loopbaan

[bewerken | brontekst bewerken]

Starmer studeerde rechten aan de Universiteit van Leeds en de Universiteit van Oxford. In 1987 werd hij als advocaat toegelaten tot de balie. Hij was gespecialiseerd in mensenrechtenkwesties en trad uitsluitend op als advocaat voor de verdediging. Hij adviseerde de politie van Noord-Ierland en het college van hoofden van politiekorpsen over mensenrechten. Hij publiceerde een aantal boeken over dit onderwerp. In 2002 werd hij Queen's Counsel (QC), de titel voor door de Britse Kroon benoemde gerenommeerde en ervaren advocaten.

Van 2008 tot 2013 was Starmer Director of Public Prosecutions en als zodanig hoofd van de Crown Prosecution Service voor Engeland en Wales (vergelijkbaar met het openbaar ministerie in Nederland en België). In 2014 werd hij benoemd tot Knight Commander in de Orde van het Bad. Daarmee werd hij Sir Keir Starmer, maar hij maakt bij voorkeur geen gebruik van deze titel.

Politieke carrière

[bewerken | brontekst bewerken]

Lid Lagerhuis (sinds 2015)

[bewerken | brontekst bewerken]

Starmer werd bij de Britse Lagerhuisverkiezingen 2015 namens de Labour Party gekozen als lid van het Lagerhuis voor het Londense kiesdistrict Holborn en St Pancras. Hij werd op 7 mei 2015 geïnstalleerd. Toen partijleider Ed Miliband na deze verkiezingen aftrad, werd Starmer vanuit de partij aangespoord om zich kandidaat te stellen voor het leiderschap. Hij sloot dit uit, omdat hij vond dat hij te weinig politieke ervaring had, en steunde de kandidatuur van Andrew Burnham. Het partijleiderschap ging uiteindelijk naar Jeremy Corbyn, die Starmer op 18 september 2015 benoemde tot schaduwminister van Binnenlandse Zaken. Starmer nam in 2016 ontslag als schaduwminister en steunde Owen Smith bij de leiderschapsverkiezing datzelfde jaar.

Later in 2016 werd Starmer door Corbyn benoemd tot schaduwminister voor het vertrek uit de Europese Unie (Brexit). In die rol bepleitte hij met succes openheid over de Brexitplannen van de regering van Theresa May. Volgens Starmer gaf de uitslag van het Brexit-referendum de regering geen mandaat voor een zogenaamde harde of no-deal Brexit. Het verlaten van de EU zonder een overeenkomst zou in zijn visie leiden tot een juridisch vacuüm. Hij slaagde erin het oorspronkelijk vrij harde Brexit-standpunt van Corbyn te matigen.

In 2017 werd Starmer benoemd tot lid van de Privy Council, een hoog college van advies.

Starmer werd als schaduw-Brexit-minister een bekend lid van de Labour Party. Corbyn kondigde na de voor Labour slecht verlopen Lagerhuisverkiezingen van 12 december 2019 aan op korte termijn terug te zullen treden.[1] Starmer werd gezien als een belangrijke kanshebber om Corbyn op te volgen. Op 4 januari 2020 maakte hij bekend dat hij zich kandidaat ging stellen voor het leiderschap van de partij.[2]

In zijn campagne omschreef Starmer zichzelf als een socialist, maar geen 'corbynist'. Wel wilde hij een aantal van Corbyns programmapunten overnemen, zoals re-nationalisatie van nutsbedrijven en de spoorwegen. Andere speerpunten van Starmer waren decentralisatie van macht, grotere sociale gelijkheid, betere waarborgen voor de rechten van arbeiders en migranten, en klimaatbeleid.[3] Op 4 april 2020 werd bekend dat hij door de leden van de Labour Party was gekozen tot partijleider. Hij kreeg 56,2% van de stemmen, ruim meer dan zijn tegenkandidaten Rebecca Long-Bailey (27,6%) en Lisa Nandy (16,2%).[4][5]

Partijleider Labour (2020–2026)

[bewerken | brontekst bewerken]

Als partijleider liet Starmer de meer linkse programmapunten van zijn leiderschapscampagne los en bewoog hij zich meer naar het politieke midden. Hij benadrukte de noodzaak tot het uitbannen van antisemitisme in de Labour-partij.[6] Hij kreeg kritiek, omdat meer links-georiënteerde leden van de partij zouden worden tegengewerkt en uitgesloten van functies. Bij een herschikking van zijn schaduwkabinet in 2023 gaf hij de voorkeur aan meer gematigde kandidaten, voorstanders van beleid zoals gevoerd door oud-premier en Labourleider Tony Blair.[7][8][9] Prominente meer links-radicale leden van de Labour Party, Jeremy Corbyn en Diane Abbott, werden uit de partij of de fractie gezet.[10][11]

In 2023 maakte Starmer de vijf belangrijkste beleidsambities van een toekomstige Labour-regering bekend; deze hadden te maken met economische groei, gezondheidszorg, schone energie, misdaadbestrijding en onderwijs.[12]

Keir Starmer als oppositieleider in het Lagerhuis (februari 2024)

Tijdens de oorlog tussen Israël en Hamas in 2023 heeft Starmer zijn steun voor Israël benadrukt. Dit leidde tot kritiek vanuit de partij en het aftreden van een aantal plaatselijke politici. Op 16 november 2023 steunden 56 Labour-parlementariërs tegen de steminstructie van hun partijleiding een SNP-motie die vroeg om een onmiddellijk staakt-het-vuren in Gaza. Starmer had bekendgemaakt dat leden van het schaduwkabinet die vóór de motie zouden stemmen, uit hun functies zouden worden ontslagen. Tien frontbenchers, onder wie acht schaduwbewindslieden, gaven hun posities op. Het was de eerste keer dat Starmer als partijleider te maken kreeg met openlijke rebellie in zijn fractie.[13]

Sinds eind 2021 had Labour in opiniepeilingen een voorsprong op de Conservatieve Partij, vaak met zeer ruime marges.[14] Na de val van de conservatieve minister-president Liz Truss, die in 2022 als opvolger van Boris Johnson slechts 44 dagen aan het bewind was geweest, riep Starmer op tot nieuwe algemene verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk.[15] Tijdens de lokale verkiezingen van 2023 boekte Labour forse winst en werd voor het eerst sinds 2002 de grootste partij op lokaal niveau.[16]

Premier (2024–2026)

[bewerken | brontekst bewerken]

Labour behaalde onder Keir Starmer tijdens de verkiezingen van 4 juli 2024 een meerderheid in het Britse Lagerhuis van 411 zetels. Starmer werd de dag na de verkiezingen door koning Charles III op Buckingham Palace uitgenodigd om een regering te vormen. Starmer aanvaardde de uitnodiging en hij werd daarmee premier van het Verenigd Koninkrijk. Hij was de eerste Labour-premier sinds 2010.

Zie Kabinet-Starmer voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Starmer maakte zijn internationale debuut als premier tijdens de NAVO-top in Washington in juli 2024 ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de NAVO.

Starmer tijdens een werkbezoek aan een Britse onderzeeër (maart 2025)

Het kabinet-Starmer had een moeilijke start door onverwachte tegenvallers, crisissituaties in binnen- en buitenland, en personele problemen binnen het team in Downing Street. De waardering voor de manier waarop Starmer zijn werk deed, daalde in de eerste honderd dagen van het kabinet met 44 punten naar 33%.[17][18] Starmer kreeg persoonlijk veel kritiek, omdat hij en zijn vrouw geschenken hadden aanvaard van rijke sympathisanten van de Labourpartij. Het ging hier onder andere om kleding en vip-kaarten voor concerten en voetbalwedstrijden. Hoewel Starmer geen regels had overtreden, leidde de zaak tot veel afkeuring.[19]

In zijn eerste jaar als premier begon de regering met de uitvoering van het Labour-verkiezingsprogramma: soepelere planningsregels voor grote bouwprojecten, nationaliseren van de spoorwegen, betere rechtsbescherming voor werknemers, de oprichting van een nationaal energieproductiebedrijf en een grensbeveiligingscommando.[20][21][22] Er werden successen geboekt op buitenlands beleid, zoals handelsakkoorden met India, de Verenigde Staten en de Europese Unie. Het lukte Starmer om het vertrouwen in het Verenigd Koninkrijk als internationale partner enigszins te herstellen.[23] Hij slaagde er nog niet in om wezenlijke verbeteringen tot stand te brengen in kwesties die burgers direct raken, zoals wachtlijsten in de zorg, inflatie, energiekosten en tekort aan woningen. Ook lukte het niet om immigratie terug te dringen.[24] Economische tegenvallers maakten extra bezuinigingen op sociale voorzieningen nodig. Deze leidden tot fel verzet binnen de Labourfractie, en moesten door Starmer deels worden teruggedraaid.[25][26]

Starmer tijdens een bezoek aan Oekraïne, met president Zelensky (januari 2025)

In mei 2025 leed Labour forse verliezen bij lokale verkiezingen, waarbij Reform UK van Nigel Farage als grote winnaar uit de bus kwam. Starmer werd bekritiseerd toen hij enkele weken later in een toespraak zei dat Groot-Brittannië door immigratie een ‘island of strangers’ werd. Hij kreeg het verwijt de anti-immigratieretoriek van Farage te hebben overgenomen.[27][28]

Volgens een YouGov-peiling uit mei 2025 had slechts 23% van de Britten een positieve kijk op Starmer, terwijl 69% een ongunstig oordeel velde.[29][30] Binnen de Labour Party waren er tekenen van onvrede; er werd gesuggereerd dat Andy Burnham, de burgemeester van Greater Manchester, Starmer zou willen opvolgen als partijleider.[31]

In mei 2025 werd er in Noord-Londen brand gesticht bij een woning waar Starmer had gewoond, een woning waarvan hij de eigenaar was, en in een auto die van hem was geweest. Twee mannen werden schuldig bevonden aan de aanslagen. Naar later bleek waren de daders ingehuurd via een account dat banden had met een Russisch netwerk gericht op sabotageoperaties in Europa. Een 23-jarige Russische diplomaat werd geïdentificeerd als de coordinator van de aanvallen.[32] [33]

In februari 2026 kreeg Starmer – ook uit zijn eigen partij – zware kritiek voor het feit dat hij de omstreden Labourpoliticus Peter Mandelson in 2024 tot ambassadeur in Washington had benoemd. Mandelson was in 2025 door hem ontslagen, omdat hij gelogen zou hebben over zijn contacten met de financier en veroordeelde zedendelinquent Jeffrey Epstein. In 2026 kwam naar buiten dat Mandelson in 2008 als minister van Economische Zaken in het kabinet-Brown vertrouwelijke en marktgevoelige informatie met Epstein zou hebben gedeeld. De premier bood publiekelijk excuses aan; hij erkende dat hij was gewaarschuwd over Mandelson en diens connecties met Epstein voordat hij hem tot ambassadeur benoemde.

Keir Starmer en Nederlandse premier Rob Jetten in Downing Street (april 2026).

Er werd breed gespeculeerd over een mogelijk aftreden van Starmer.[34][35] De leider van Labour in Schotland, Anas Sarwar, riep Starmer op om af te treden.[36] Prominente vrouwen uit de Labour Party spraken van een 'boys network' en misogynie in Downing Street; zij riepen de premier op om op een hoge positie in zijn kabinet of staf een vrouw te benoemen die leiding zou geven aan een breed proces van cultuurverandering.[37][38] Op 26 februari 2026 verloor Labour bij een tussentijdse verkiezing voor het eerst in veertig jaar in het district Gorton&Benton (Manchester). Burnham had eerder geen toestemming gekregen om zich kandidaat te stellen. De lagerhuiszetel ging naar de Green Party.[39]

Starmer had in eerste instantie een goede relatie met de Amerikaanse president Donald Trump. Deze verslechterde in februari-maart 2026, toen hij weigerde om Amerika en Israël te steunen in de Iranoorlog. Trump liet zich zeer kritisch uit over Starmer. De opstelling van de Britse premier leidde tot een opleving in zijn populariteit onder het Britse publiek.[40][41]

De druk op Starmer nam toe na de voor Labour zeer slecht verlopen lokale verkiezingen in Engeland en regionale verkiezingen in Schotland en Wales op 7 mei 2026. Meer dan 90 Labour-parlementariërs tekenden een oproep aan Starmer om af te treden, en meer dan 100 een oproep om aan te blijven.[42] De vrees groeide dat Labour onder leiding van Starmer bij de volgende Lagerhuisverkiezingen zou verliezen van ReformUK. De vakbonden, die veel invloed hebben binnen de Labour Party, maakten bekend dat zij ervan uitgingen dat Starmer bij de eerstvolgende Lagerhuisverkiezingen geen partijleider meer zou zijn.[43] Verschillende staatssecretarissen en ministers traden af uit protest tegen zijn leiderschap.[44] Starmer bleef aangeven niet te zullen aftreden.[45][46][47]

Afgetreden bewindslieden uitten kritiek op wat zij zagen als Starmers gebrek aan daadkracht en visie, en zijn neiging beslissingen uit te stellen om conflicten te voorkomen. Hierdoor werd er naar hun mening op belangrijke thema's te weinig vooruitgang gemaakt. Vanuit de Labourfractie in het Lagerhuis werd geklaagd over het feit dat de premier en zijn staf niet goed anticipeerden op politieke ontwikkelingen, en vaak door de gebeurtenissen overvallen leken te zijn.[48][49][50][51]

Aan het eind van zijn tweede jaar als premier had Starmer enkele positieve resultaten bereikt: het aantal illegale immigranten was ten opzichte van 2025 gedaald, de bouw van nieuwe huizen kwam op gang, de waterkwaliteit was in 2025 verbeterd, en wachtlijsten in de zorg waren enigszins gekrompen. Daarnaast was er sprake van beperkte economische groei en daling van de inflatie. Op thema's die burgers juist erg belangrijk vonden, zoals kosten van levensonderhoud, energieprijzen en vervoer/kwaliteit van het wegennet, was er echter minder verbetering.[52][53] Een YouGov-peiling van 15 juni 2026 gaf aan dat 74% van de respondenten vond dat Starmer het niet goed deed als premier; 18% vond dat hij het wel goed deed.[54]

Op 18 juni 2026 won Andy Burnham tussentijdse verkiezingen in het district Makerfield en keerde daarmee terug in het Lagerhuis. Eerder had hij al bevestigd dat hij een gooi zou doen naar het partijleiderschap als hij gekozen zou worden. Starmer zei aanvankelijk dat hij bereid was Burnham een plek in zijn regering te geven.[55][56][57] Vier dagen later kondigde hij aan te zullen aftreden als partijleider en premier zodra er een opvolger bekend was.[58][59]

Burnham stelde zich kandidaat in de verkiezingen van een nieuwe leider van de Labour Party, die op 9 juli begonnen. De steun voor zijn kandidatuur bleek zo groot, dat geen enkele andere parlementariër de vereiste drempel van 81 nominaties had kunnen halen. Hij volgde Starmer op 17 juli op als partijleider, en werd op 20 juli geïnstalleerd als premier.[60][61]

Op 1 september 2026 maakte Starmer bekend zijn zetel in het Lagerhuis te zullen opgeven om zich te te gaan richten op onderwerpen als internationale zaken en geweld tegen vrouwen en meisjes.[62]

Politieke overtuigingen

[bewerken | brontekst bewerken]

Toen Starmer werd gekozen als leider, werd algemeen aangenomen dat hij tot de zachte linkerzijde van de Labour-partij behoorde. Sindsdien is hij in de ogen van commentatoren naar het politieke midden opgeschoven. Zijn politieke ideologie wordt wel 'Starmerisme' genoemd. In een interview gaf hij aan dat in zijn politieke visie de Britse staat ineffectief en te gecentraliseerd is. Daarnaast vindt hij dat het economische beleid gebaseerd moet zijn op de inzichten uit de theorie over de aanbodeconomie. In dat kader wil hij deelname aan de arbeidsmarkt vergroten, de gevolgen van Brexit verzachten en de regelgeving rond bouwprojecten versoepelen.[63]

Hij heeft aangegeven dat hij Brexit niet wil terugdraaien, maar wel nauwere samenwerking met de EU nastreeft.[64]

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Keir Starmer van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.