Naar inhoud springen

Gaumont

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Gaumont SA
Logo
Locatie
Land van hoofdzetel Vlag van Frankrijk Frankrijk
Hoofdkantoor Neuilly-sur-Seine
Industrie en producten
Industrie(ën) filmindustrie, Activiteiten in verband met films en video- en televisieprogramma's, media-industrie, film production for the cinemaBewerken op Wikidata
Producten/diensten
  • Films
  • Televisieprogramma's
  • Filmdistributie
Status en tijdlijn
Oprichting 6 juli 1895
Vervangt
  • L. Gaumont & Cie (1895–1906)
  • Société des Établissements Gaumont (1906–1930)
  • Gaumont-Franco-Film-Aubert (1930–1938)
  • Société Nouvelle des Établissements Gaumont (1938–1943; 1944-1975)
  • Société Marseillaise des films Gaumont (1943-1944)
Bedrijfsstructuur
Rechtsvorm Société anonyme
Oprichter(s) Léon Gaumont
Sleutelfiguren
  • Nicolas Seydoux
  • Sidonie Dumas
Directeur Sidonie DumasBewerken op Wikidata
Aantal werknemers 227 (2021)
Dochter­ondernemingen Gaumont Animation, Gaumont GmbH, Gaumont-British Picture CorporationBewerken op Wikidata
Financiën
Beurs Euronext: GAM
Links
Website link
Portaal  Portaalicoon   Economie

Gaumont SA is een Frans film- en televisieproductie- en distributiebedrijf met hoofdkantoor in Neuilly-sur-Seine. Het werd in 1895 opgericht door de ingenieur en uitvinder Léon Gaumont en is de tweede filmstudio, na Black Maria van Thomas Edison. Het is het oudste nog bestaande filmbedrijf ter wereld, opgericht vóór andere studio's zoals Pathé (opgericht in 1896), Titanus (1904), Nordisk Film (1906), Universal, Paramount en Nikkatsu (allemaal opgericht in 1912).

Gaumont produceert, coproduceert en distribueert voornamelijk films. In 2011 kwam 95% van de geconsolideerde inkomsten van Gaumont uit de filmdivisie. Het bedrijf produceert ook tv-series via Gaumont Télévision en animatie via Gaumont Animation, naast de bestaande Franse speelfilms. Het bedrijf heeft een bibliotheek van meer dan 1600 films, waaronder hits als Intouchables en The Fifth Element. Het bedrijf heeft zes kantoren in vijf landen en beschikt ook over specifieke teams voor de niet-Franse vestigingen.

Een "Spido reportage" fotocamera van Gaumont in het Fotomuseum Antwerpen.

Oorspronkelijk handelde het bedrijf in fotografische apparatuur, maar in 1897 begon het met de productie van korte films om zijn camera-projector te promoten.[1] Léon Gaumonts secretaresse Alice Guy-Blaché werd de eerste vrouwelijke regisseur in de filmindustrie en later, van 1897 tot 1907, hoofd productie van de Gaumont-filmstudio.[2] Van 1905 tot 1914 waren de Cité Elgé-studio's (vernoemd naar de initialen van de oprichter, L-G) in La Villette de grootste ter wereld.

Oprichter Léon Gaumont in 1920

In 1907 verliet Alice Guy Gaumont en beval Louis Feuillade aan bij Léon Gaumont als haar opvolger, een beslissing die hij accepteerde en waar hij nooit spijt van heeft gehad.[3]

In 1908 bracht Gaumont Fantasmagori uit, geregisseerd door Émile Cohl, die wordt beschouwd als de eerste animatiefilm.[4]

In 1909 nam het bedrijf deel aan het Parijse Filmcongres, een mislukte poging van Europese producenten om een kartel op te richten, vergelijkbaar met dat van de Motion Picture Patents Company in de Verenigde Staten.

Gaumont Palace in 1933

Gaumont betrad rond 1908 ook de bioscoopwereld. In 1911 opende Gaumont de grootste bioscoop ter wereld, het Gaumont Palace in Parijs, met maar liefst 6400 zitplaatsen. Deze bioscoop werd in 1973 gesloopt.[5]

In 1913 overtuigde Louis Feuillade, artistiek directeur van het bedrijf, Léon Gaumont ervan de rechten op de Fantômas-romanserie te verwerven. De verfilming was een groot succes. Fantômas, onder regie van Feuillade, wordt beschouwd als de eerste serial film en markeerde een mijlpaal in de filmgeschiedenis. De serial stelde het Gaumont-bedrijf niet alleen in staat te concurreren met Pathé, destijds de wereldleider in de filmindustrie, maar lanceerde ook de populariteit van de serial en speelde een belangrijke rol in de popularisering van spannende thrillers en detectiveverhalen, genres die destijds relatief ongebruikelijk waren.[3]

Venice, Queen of the Adriatic, een kortfilm opgenomen in Chronochrome

In 1913 introduceerde Gaumont Chronochrome, een van de allereerste kleurenfilmprocessen waarbij de kleuren direct tijdens de opnames werden toegevoegd in plaats van achteraf te worden ingekleurd. Deze innovatie werd ontwikkeld door Léon Gaumont zelf, die al lange tijd de ambitie koesterde om kleur in films te introduceren. Chronochrome was een additief proces gebaseerd op de gelijktijdige opname van rood, groen en blauw. Om de film tijdens de projectie minder te belasten, werd de beeldhoogte teruggebracht van vier naar drie perforaties, waardoor een breedbeeldformaat ontstond dat vergelijkbaar was met 16:9.[6] Chronochrome was buitengewoon kostbaar en maakte geen einde aan de zwart-witfilm, maar bezorgde Gaumont en Léon Gaumont persoonlijk wel aanzienlijk prestige.

Léonce Perret in de jaren 1910

Van 1914 tot 1915 nam Léonce Perret de artistieke leiding van Gaumont over na het vertrek van Louis Feuillade naar het front. Feuillade werd in 1915 gedemobiliseerd vanwege hartproblemen. Hij greep de gelegenheid aan om terug te keren naar de Gaumont-studio, en Perret vervolgde zijn carrière enkele jaren later in de Verenigde Staten. Tegelijkertijd bereidde concurrent Pathé zich voor op de release van zijn serial film The Perils of Pauline in Frankrijk, na het enorme succes van de saga in de Verenigde Staten. Léon Gaumont gaf Feuillade vervolgens de opdracht een serial film te maken als tegenwicht voor die van Pathé. Dit leidde tot het meest iconische werk van de regisseur: Les Vampires, een serial film van tien afleveringen, waarvan er maandelijks één werd uitgebracht. De filmomstandigheden, midden in de Eerste Wereldoorlog, waren bijzonder moeilijk omdat de acteurs op elk moment gemobiliseerd konden worden. Gaumont en Feuillade pasten zich aan door bijfiguren te maskeren of door hoofdpersonen te laten sterven van wie de acteurs gemobiliseerd zouden worden. Het script werd dagelijks aangepast om te kunnen blijven bijsturen. Les Vampires werd een van Gaumonts grootste successen en populariseerde het archetype van de femme fatale wereldwijd, dankzij het personage Irma Vep, gespeeld door de actrice Musidora.[7]

Gaumont opende vestigingen in het buitenland en nam de bioscoopketen Gaumont-British over, die later onder andere verschillende films van Alfred Hitchcock produceerde, zoals The 39 Steps (1935) en The Lady Vanishes (1938). Samen met concurrent Pathé Frères domineerde Gaumont de wereldwijde filmindustrie tot het uitbreken van de oorlog in 1914.

Neergang na de Eerste Wereldoorlog

[bewerken | brontekst bewerken]

Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Gaumont te maken met financiële tegenslagen als gevolg van de toenemende concurrentie van Amerikaanse Hollywood-producties. In 1925 daalde de productie van de studio tot slechts drie films. Bovendien was Gaumont niet in staat gelijke tred te houden met de kosten van technologische veranderingen, zoals de opkomst van geluidsfilms.

In 1927 eigende Warner Bros zich de uitvinding van de geluidsfilm toe met de film The Jazz Singer, hoewel Léon Gaumont er al in 1902 in was geslaagd geluidsfilms te maken met zijn uitvinding, de chronofoon, die Alice Guy uitgebreid gebruikte door honderden fonoscènes (een soort voorloper van de videoclip) op te nemen. Dankzij de patenten die hij destijds had aangevraagd, diende het bedrijf van Gaumont een klacht in tegen Warner Bros en won de zaak, na een juridische strijd die bijna 20 jaar duurde.[3]

Door de oplopende schulden in de vroege jaren dertig en de gevolgen van de Grote Depressie, verklaarde Gaumont zich in 1935 failliet. In 1937 staakte de studio de productie en functioneerde alleen nog als theater- en distributiebedrijf. Het bedrijf werd in 1938 overgenomen door de Franse onderneming Havas, hernoemd tot Société Nouvelle des Etablissements Gaumont, en heropende zijn filmproductiestudio.[8]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Gaumont zwaar getroffen door censuur. Alle films die vóór 1937 waren geproduceerd, werden verboden en uit de roulatie gehaald. De productiecapaciteit van het bedrijf werd in deze periode sterk verminderd en het werd gedwongen de strijd aan te gaan met een nieuwe concurrent met aanzienlijke middelen, Continental Films, opgericht door de nazi-propagandaminister Joseph Goebbels. Ondanks deze beperkingen slaagde Gaumont er toch in om tussen 1942 en de bevrijding negen films te produceren, waaronder Les Cadets de l’Océan van Jean Dréville en Le journal tombe à cinq heures, de eerste film geproduceerd door Alain Poiré, die later een van Gaumonts meest prominente producenten zou worden. Ten tijde van de bevrijding meldde Gaumont dat sinds het begin van de oorlog 240 werknemers waren omgekomen of vermist, en dat verschillende bioscopen waren verwoest.

Heropstanding na de Tweede Wereldoorlog

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1947 bracht het bedrijf Antoine et Antoinette uit, wat het eerste grote commerciële succes van de groep na de oorlog werd. De film werd geproduceerd door Alain Poiré, die inmiddels de leiding had overgenomen van de productieafdeling van het bedrijf.[8]

In die tijd werkte Gaumont samen met Compagnie Parisienne de Location de Films voor de productie en distributie van films en de gezamenlijke marketing, totdat CPLF werd omgedoopt tot Gaumont Distribution. De wereldwijde belangstelling voor Franse nouvelle vague-films in de jaren vijftig, evenals de permissiviteit binnen Franse films (bijvoorbeeld naaktheid), stelde Franse producties in staat om succesvol te concurreren met een Amerikaanse cinema die nog steeds gebukt ging onder conservatieve morele codes. Deze periode markeerde de terugkeer van Gaumont Studios naar de voorgrond.

Louis de Funès in 1970

In de jaren zestig herstelde de productieafdeling van Gaumont zich met het succes van Les Tontons Flingueurs, evenals met talrijke succesvolle films met Louis de Funès in de hoofdrol.

In 1970 kwam mediamagnaat en multimiljonair Nicolas Seydoux, erfgenaam van een Frans fortuin, aan het hoofd van Gaumont. Binnen twee jaar zette hij een herstructurering in gang en legde hij de producties stil, waarbij Seydoux zijn veto uitsprak over bepaalde projecten.[9] Hij bezat persoonlijk 60% van de aandelen en 70% van de stemmen. Het is waarschijnlijk dat het nieuwe beleid bedoeld was om de productiestructuur te veranderen, met minder "mainstream" films. Hoewel Alain Poiré een aanzienlijk aantal kassuccessen had, kwam zijn positie in gevaar na het mislukken van Boulevard du Rhum, een dure productie.[9]

In 1972 zette de Schlumberger-groep Gaumont te koop. De ambitieuze producent Jean-Pierre Rassam was van plan Gaumont samen met Seydoux en Toscan du Plantier over te nemen en had verschillende projecten beloofd om het bedrijf te redden, maar de commerciële mislukkingen van de films Les Chinois à Paris, Touche pas à la femme blanche! en Lancelot du Lac speelden niet in zijn voordeel.[10] De Schlumberger-groep verkocht haar aandelen, geschat op 40%, aan Nicolas Seydoux en Daniel Toscan du Plantier.

Luc Besson in 2007

Tussen 1974 en 2000 boekte de productieafdeling talrijke successen met de productie en distributie van Franse films die uitgroeiden tot cultklassiekers, zoals de trilogie Mais où est donc passée la septième compagnie?, die de totale nederlaag van de Franse troepen tegen de Duitse troepen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog parodieert, de eerste films van Luc Besson, die in het Engels werden opgenomen en waarvan de meeste met een Amerikaanse cast, zoals Subway, Léon, Le grand bleu, The Fifth Element en zelfs La Femme Nikita. Gaumont produceert ook een groot aantal cultkomedies in Frankrijk, met name La Chèvre, Les Visiteurs, Le Grand Blond avec une chaussure noire, Le Retour du Grand Blond, en Le Dîner de cons.

In deze periode kocht Gaumont aandelen in een aantal mediabedrijven. In 1978 werd het bedrijf mede-eigenaar van een Amerikaanse kabelzender, Telefrance USA,[11] gevolgd in 1981 door een aandeel in Le Point, een conservatief tijdschrift.[12] In 1983 werd de Amerikaanse kabelzender opgeheven vanwege een gebrek aan een geïnteresseerde koper, terwijl het bedrijf tegelijkertijd verliezen leed. Dit leidde tot de sluiting van de Italiaanse vestiging en de verkoop van de Braziliaanse vestiging.[13] In 1986 maakte Gaumont deel uit van het consortium onder leiding van Gilbert Gross dat de Franse televisiezender TV6 oprichtte.[14] De zender werd echter na één jaar uitzendingen opgeheven als gevolg van de complexe politieke situatie na de parlementsverkiezingen van 1986, waarbij de twee nieuwe zenders (de andere was La Cinq) een uitzendvergunning hadden gekregen zonder openbare aanbestedingsprocedure.[15] Het aandeel van Gaumont in Le Point, dat toen meer dan 80% bedroeg, werd in september 1993 aan Générale Occidentale verkocht.[16]

Van 1980 tot het einde van de jaren negentig werd Gaumont voor het eerst in zijn geschiedenis de belangrijkste Franse en zelfs Europese filmproducent, waarmee het de andere Franse historische groep Pathé voorbijstak.[17]

Aan het eind van de jaren negentig verloor Gaumont zijn leidende positie, nadat het werd geconfronteerd met een aantal tegenvallende resultaten, in combinatie met het vertrek van Luc Besson, destijds de meest winstgevende regisseur voor Gaumont en de Franse cinema, het pensioen van Francis Veber, een zeer belangrijke regisseur van komedies en vervolgens in 2000 de dood van Alain Poiré, een van de belangrijkste producenten van het bedrijf. Deze achteruitgang viel samen met de heropleving van zijn historische concurrent Pathé, dat een sterke positie herwon in de bioscoopvertoning, -productie en -distributie, terwijl StudioCanal ook zijn invloed vergrootte. Desondanks bleef Gaumont een van de belangrijkste studio's in de Franse en Europese cinema en slaagde het er geleidelijk in om zich te herstellen van deze crisisperiode.[17]

Van 1993 tot begin 2004 hadden Gaumont en Disney een partnerschap voor de productie van films voor bioscoopdistributie.[18]

In 2001 splitste Gaumont de bioscoopdivisie af in een joint venture met Pathé, die sindsdien bekendstaat als Les Cinémas Gaumont Pathé. Gaumont bezat een belang van 34% in deze entiteit, die een groot bioscoopnetwerk beheert in Frankrijk, Zwitserland en Nederland. In 2011 was dit belang € 214 miljoen waard. In 2004 zette Gaumont de samenwerking met Pathé voort met de oprichting van een andere joint venture, Gaumont-Pathé Archives. Gaumont bezit 57,5% van deze entiteit, die journaals, documentaires en stomme films uit de 20e en 21e eeuw bevat. Van begin 2004 tot 2007 had het bedrijf een partnerschap met Sony voor de productie van films en voor de wereldwijde distributie in bioscopen en op dvd.[18] De homevideo-divisie van Gaumont was jarenlang een joint venture met Sony Pictures. Sindsdien distribueert Gaumont zijn films via Paramount Home Media Distribution op video in Frankrijk. Eind 2007 nam Gaumont de Franse animatiestudio Alphanim over voor €25 miljoen en hernoemde deze tot Gaumont Alphanim. Sinds 2013 staat de studio bekend als Gaumont Animation.

Gaumont produceerde in 2006 en 2009 twee Franse films die sindsdien cultklassiekers zijn geworden: OSS 117 : Le Caire, nid d'espions en OSS 117 : Rio ne répond plus. Hoewel het parodieën op James Bond zijn, zijn het cultfilms geworden omdat ze verder gaan dan simpele parodie en retro spionageavonturen combineren met politiek incorrecte satire en bijtende humor.[19][20]

In 2011 produceerde en distribueerde Gaumont samen met anderen Intouchables, die de meest succesvolle Franse film aller tijden werd.[21] Ook internationaal deed de film het uitstekend en verbrak het vorige record van de Japanse film Spirited Away. De film was een belangrijke katalysator voor de stijgende bioscoopomzet van Gaumont en veranderde een verlies in de eerste helft van 2011 in een recordwinst van €26 miljoen op jaarbasis.[22]

In 2012 verwierf Gaumont de productiemaatschappij Nouvelles Éditions de Films (NEF). Het bedrijf werd voorheen geleid en opgericht door filmlegende Louis Malle. Als onderdeel van de overname is Gaumont nu eigenaar van de volledige Malle-collectie, inclusief Ascenseur pour l'échafaud, Atlantic City en Au Revoir les Enfants. In februari 2012 herstartte Gaumont zijn televisiedivisie, die ongeveer tien jaar inactief was geweest.[21] Op 2 mei 2016 richtte Gaumont, volgens Deadline Hollywood, samen met Lionsgate en zeven andere internationale bedrijven het Globalgate Entertainment-consortium op.[23] Globalgate produceert en distribueert films in lokale talen op markten over de hele wereld. In 2019 werd Gaumont vervangen door TF1 Studio als het nieuwe Franse lid van Globalgate.[24] Op 1 maart 2017 verkocht Gaumont zijn belang van 34% in Les Cinémas Gaumont Pathé aan Pathé om zich op de productie te concentreren.[25]

In januari 2018 werd aangekondigd dat Gaumont een productie-eenheid in Duitsland zou openen.[26] Een maand later, in februari van datzelfde jaar, lanceerde Gaumont een Britse televisieproductiedivisie en een tweede kantoor in Londen. Dit markeerde de tweede uitbreiding en een terugkeer naar de Britse productie-industrie na de verkoop van de divisie Gaumont-British in de jaren 1940.[27]

Sinds de coronapandemie begin jaren 2020 en de daaruit voortvloeiende daling van het bezoekersaantal, maakt de Gaumont-groep een moeilijke periode door. Bovendien is Gaumont, na de verkoop van haar bioscopen aan Pathé in 2017, volledig afhankelijk is van de productie en distributie van films.[28][29] Gaumont brengt nog steeds ongeveer acht films per jaar uit in de Franse bioscopen.

Gaumont heeft momenteel bijna 1500 films in zijn catalogus, waarvan de meeste in het Frans zijn. Er zijn echter enkele uitzonderingen, zoals The Fifth Element (1997), Léon (1994) en The Big Blue (1988), alledrie van regisseur Luc Besson.

Tot de meest opmerkelijke films die door Gaumont zijn geproduceerd behoren de serial films Judex (1916), Les Vampires (1915) en de Fantômas-reeks (1913) van regisseur Louis Feuillade, de komische Onésime-serie met Ernest Bourbon in de hoofdrol en de komische Bébé-serie met de vijfjarige René Dary. De grootste films waarvan Gaumont de rechten bezit, zijn Jean-Marie Poiré's Les Visiteurs, met een opbrengst aan de kassa van 98 miljoen dollar. The Fifth Element, de film met het grootste budget in de geschiedenis van Gaumont, bracht bijna 264 miljoen dollar op. Intouchables (2011) van Olivier Nakache en Éric Toledano bracht 427 miljoen dollar op aan de kassa.

Gaumont produceerde en distribueerde ook talloze films met de beroemde Franse acteur Louis de Funès in de hoofdrol, waaronder Le Grand Restaurant (1966), Hibernatus (1969), La Folie des Grandeurs (1970) en de Fantômas-filmserie uit de jaren zestig: Fantômas (1964), Fantômas se déchaîne (1964) en Fantômas contre Scotland Yard (1967).

Regisseur Abel Gance en de vroege animator Emile Cohl werkten op een gegeven moment voor de studio. Het bedrijf produceerde ook televisieprogramma's, waaronder zeven animatieseries: Highlander: The Animated Series, Space Goofs, Le Magicien, Dragon Flyz, F Is for Family en Sky Dancers, en de zeer populaire Oggy en de kakkerlakken. Het bedrijf produceerde ook twee series via zijn Amerikaanse dochteronderneming Gaumont International Television: Hannibal en Hemlock Grove.

Léon Gaumont koos de margriet als bedrijfslogo om eer te betonen aan zijn moeder, wier voornaam Marguerite (Margriet) was. De eerste verschijning dateert van 16 maart 1903, toen Léon Gaumont de eerste versie van de margriet registreerde (die enigszins op een zonnebloem leek), met de inscriptie Elgé in het midden, de Franse fonetische versie van de initialen van de oprichter (L.G.). Elgé werd hernoemd tot Gaumont toen het bedrijf in 1906 werd omgedoopt tot Société des Établissements Gaumont.

Gaumont logo (1938-1943)

Door de decennia heen is het logo verschillende keren herontworpen, maar de margriet is altijd aanwezig gebleven. Na het faillissement van Gaumont-Franco-Film-Aubert herstelde Société Nouvelle des Établissements Gaumont het monogram uit 1906, maar pas in 1942, toen het bedrijf de productie hervatte met Le journal tombe à cinq heures, introduceerde het een nieuw logo. Na de oorlog nam het zijn distributiedochteronderneming, Compagnie Parisienne de Location de Films (CPLF), over en integreerde het de wereldbol van het bedrijf in het nieuwe logo.

Gaumont logo (1970-1980)

In 1970 gaf Gaumont de opdracht voor een nieuw animatielogo in de laboratoria van Ciné-Télé-Réalisations (CTR). Het openingslogo begon met de wereldbol van zijn voorganger, omringd door zonnestralen die leken op de blaadjes van een madeliefje.[30]

Voor het eeuwfeest van het bedrijf in 1995 nam Gaumont een nieuw logo aan: op het scherm verschijnt een retrospectief van alle voorgaande logo's van het bedrijf, dat eindigt in de ruimte waar het nieuwe logo wordt getoond.[31] Het openingslogo van het bedrijf veranderde opnieuw in 2003: een jongen beklimt een heuvel met een bloem op de top en plukt het madeliefje, dat wegvliegt, groeit en zich ontvouwt tot een rode rozet in een sterrenhemel, met de naam van het bedrijf erop.

Gaumont logo (2010-2026)

Het volgende herontwerp dateert uit 2010 en was gebaseerd op het principe van een kring van bloemblaadjes: de rode margriet heeft twaalf onregelmatige bloemblaadjes die de vorm aannemen van een lichtgevende halo rond de letter "G".[32]

Het meest recente logo werd op 7 mei 2026 onthuld tijdens het filmfestival van Cannes in 2026.[33]

Zie de categorie Gaumont van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.