Council on Foreign Relations
Council on Foreign Relations | ||
|---|---|---|
| Locatie | ||
| Hoofdkantoor | Harold Pratt House | |
| Industrie en producten | ||
| Activiteiten | buitenlands beleid | |
| Status en tijdlijn | ||
| Opgericht | 1921 | |
| Organisatiestructuur | ||
| Rechtsvorm | 501(c)(3)-organisatie[1] | |
| Type | denktank, non-profitorganisatie | |
| Oprichter | Edward House, Paul Warburg, Otto Hermann Kahn, Walter Lippmann | |
| Voorzitter | Michael Froman | |
| Aantal leden | 7000[2] | |
| Financiën | ||
| Financierder | Open Society Foundations (2016)[3] | |
| Beheerd vermogen | 719.707.600 US$ (2023)[4] | |
| Omzet/jaar | 106.930.600 US$ (2023)[4] | |
| Donaties | 63.113.857 US$ (2023)[4] | |
| Totale uitgaven | 69.931.200 US$ (2015) | |
| Links | ||
| Tijdschrift | Foreign Affairs | |
| Website | link | |
De Council on Foreign Relations (CFR) is een Amerikaanse denktank en ledenorganisatie op het gebied van buitenlands beleid en internationale betrekkingen. De organisatie werd in 1921 opgericht in New York. Zij verricht onderzoek naar internationale vraagstukken, organiseert bijeenkomsten voor onder meer beleidsmakers en onderzoekers en geeft sinds 1922 het tijdschrift Foreign Affairs uit.[5]
De geschiedenis van de CFR is nauw verbonden met de ontwikkeling van het Amerikaanse buitenlandse-policy-establishment in de twintigste eeuw. Historici hebben zowel de institutionele ontwikkeling van de organisatie als haar contacten met Amerikaanse regeringsfunctionarissen, particuliere stichtingen en andere beleidsnetwerken onderzocht.[6][7] Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog hield de CFR zich onder meer bezig met studies over de naoorlogse internationale orde en de economische en politieke wederopbouw van Europa.[8][9]
De CFR wordt veelvuldig genoemd in diverse samenzweringstheorieën rond de vermeende Nieuwe Wereldorde (NWO), onder meer door David Icke, Alex Jones en Rick Wiles.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]Ontstaan en oprichting
[bewerken | brontekst bewerken]De institutionele voorgeschiedenis van de CFR gaat terug tot de Vredesconferentie van Parijs van 1919. Daar ontstond onder Britse en Amerikaanse deelnemers het idee voor permanente instituten waarin deskundigen internationale vraagstukken konden bespreken. Uit deze ontwikkeling kwamen in het Verenigd Koninkrijk het latere Royal Institute of International Affairs en in de Verenigde Staten de Council on Foreign Relations voort. De Britse organisatie werd in 1920 opgericht en de CFR in 1921.[10]
De Amerikaanse organisatie bracht personen uit de diplomatieke, financiële, juridische, academische en zakelijke wereld bijeen rond vraagstukken van buitenlands beleid.[6] De oprichting vond plaats in een periode waarin in de Amerikaanse politiek aanzienlijke weerstand bestond tegen verdere institutionele internationale betrokkenheid na de Eerste Wereldoorlog. De Amerikaanse Senaat had bijvoorbeeld de toetreding van de Verenigde Staten tot de Volkenbond niet goedgekeurd. De CFR ontwikkelde zich binnen die context als een particulier forum voor internationaal georiënteerde beleidsdiscussie en onderzoek.[6]
De organisatie was aanvankelijk sterk sociaal en institutioneel exclusief. Zo werden vrouwen pas in 1969 als leden toegelaten. Historica Katharina Rietzler heeft er tegelijk op gewezen dat vrouwen vóór die tijd wel intellectueel en ondersteunend werk binnen Amerikaanse denktanks verrichtten, ook wanneer zij van formeel lidmaatschap of prominente functies waren uitgesloten.[10]
Foreign Affairs
[bewerken | brontekst bewerken]In 1922 begon de CFR met de uitgave van Foreign Affairs, een tijdschrift over internationale betrekkingen en buitenlands beleid.[5] Het tijdschrift werd een afzonderlijk maar nauw met de organisatie verbonden kanaal voor analyses en debatten over Amerikaanse buitenlandse politiek.
Onder de later invloedrijk geworden bijdragen bevond zich in 1947 The Sources of Soviet Conduct, dat onder het pseudoniem „X” werd gepubliceerd en later werd toegeschreven aan de Amerikaanse diplomaat George F. Kennan. Het artikel formuleerde argumenten die een belangrijke plaats kregen in het Amerikaanse debat over de containmentpolitiek.[11]
Onderzoeksprogramma en Rockefeller Foundation
[bewerken | brontekst bewerken]Vanaf de jaren 1930 breidde de CFR zijn onderzoeksactiviteiten uit. In 1937 werden met een subsidie van de Rockefeller Foundation de eerste twee onderzoeksbeurzen ingesteld op het gebied van de economische en politieke aspecten van de Amerikaanse buitenlandse betrekkingen.[12]
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog begon de CFR in 1939 met de zogenoemde War and Peace Studies. In dit programma onderzochten deskundigen strategische, economische, financiële, territoriale en politieke vraagstukken in verband met de oorlog en een mogelijke naoorlogse orde.[8] Het programma werd financieel ondersteund door de Rockefeller Foundation en verliep in nauwe verbinding met functionarissen van het Amerikaanse State Department.[13]
Volgens een retrospectief van het Amerikaanse State Department leverden de deelnemers uiteindelijk 682 memoranda aan het departement over onderwerpen variërend van de bezetting van Duitsland tot de vormgeving van de naoorlogse internationale orde.[11] Historicus Inderjeet Parmar heeft de contacten tussen de CFR, overheid en particuliere elites in deze periode onderzocht als onderdeel van een breder netwerk rond Amerikaanse beleidsvorming.[13]
Naoorlogse wederopbouw en Europese integratie
[bewerken | brontekst bewerken]Tijdens de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog en in de eerste naoorlogse jaren onderzocht de CFR de politieke en economische wederopbouw van Europa. Historicus Michael Wala beschrijft hoe leden en functionarissen van de CFR zich tussen 1945 en 1950 onder meer bezighielden met de toekomst van Duitsland, Europese wederopbouw en een actieve internationale rol van de Verenigde Staten.[9]
De precieze betekenis van de CFR voor het ontstaan van de Europese integratie is onderwerp van historisch onderzoek. Enrico Ciappi betoogt op basis van archiefonderzoek dat tijdens en na de Tweede Wereldoorlog een beleidsnetwerk ontstond waarin CFR-onderzoekers contacten onderhielden met Europese beleidsmakers, onder wie Jean Monnet. Volgens Ciappi droegen deze contacten en eerdere CFR-plannen bij aan Monnets ideeën over Europese samenwerking en later aan de voorbereiding en bevordering van het ontwerp voor het verdrag van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS).[14]
In eerder onderzoek beschreef Ciappi tevens de contacten tussen de CFR, Monnet en niet-collaborationistische Franse vertegenwoordigers gedurende de oorlog en de vroege naoorlogse periode. Hij interpreteert deze trans-Atlantische netwerken als een vorm van informele diplomatie en beleidsuitwisseling die invloed had op discussies over de wederopbouw van Frankrijk en Europa.[15]
Deze bevindingen maken het mogelijk de CFR als een van de particuliere organisaties te beschrijven die deelnamen aan trans-Atlantische beleidsnetwerken rond wederopbouw en Europese samenwerking. Zij betekenen niet dat de Europese integratie uitsluitend of rechtstreeks door de CFR tot stand werd gebracht; de vorming van de Europese instellingen kwam voort uit een breder samenspel van Europese regeringen, politici, ambtenaren, deskundigen, Amerikaanse beleidsmakers en internationale omstandigheden.
Koude Oorlog
[bewerken | brontekst bewerken]Na de Tweede Wereldoorlog bleef de CFR onderzoeksgroepen organiseren over onderwerpen die samenhingen met de nieuwe internationale positie van de Verenigde Staten. In 1948 omvatten dergelijke projecten onder meer studies over hulp aan Europa, Duitsland en Japan.[12]
De institutionele invloed van de CFR is in de historiografie op uiteenlopende manieren onderzocht. Parmar beschrijft de CFR als een relevante casus voor de studie van de wisselwerking tussen particuliere beleidsorganisaties en de Amerikaanse staat, waarbij leden en onderzoekers zowel binnen als buiten formele overheidsinstellingen actief waren.[7] Zijn onderzoek behandelt die relatie als een complex netwerk en niet als een eenvoudige eenrichtingsrelatie waarin één organisatie zelfstandig het Amerikaanse buitenlandse beleid bepaalde.
Organisatie en activiteiten
[bewerken | brontekst bewerken]De CFR is een particuliere non-profitorganisatie en maakt geen deel uit van de Amerikaanse overheid. Zij omschrijft zichzelf als een onafhankelijke en niet-partijgebonden ledenorganisatie, denktank, uitgever en onderwijsinstelling.[5]
De organisatie heeft haar hoofdvestiging aan 58 East 68th Street in New York en daarnaast een kantoor in Washington D.C.[5] Het onderzoeksprogramma draagt de naam David Rockefeller Studies Program. Daarnaast organiseert de CFR bijeenkomsten en programma's voor leden en publiceert zij onderzoek, beleidsanalyses, boeken en digitale informatie.
Volgens het jaarverslag over het boekjaar 2024–2025 groeide het aantal individuele leden tussen juli 2024 en juni 2025 van 5.337 tot 5.397.[16] Deze cijfers zijn afkomstig van de organisatie zelf.
In 1953 richtte de CFR een formeel programma voor zakelijke leden op. Het Corporate Program omvat volgens de CFR tegenwoordig meer dan 120 bedrijven uit verschillende economische sectoren.[17]
In september 2026 is Michael Froman president van de CFR en David Rubenstein voorzitter van de raad van bestuur.[18] Froman volgde in 2023 Richard N. Haass op als president.[18]
Financiering
[bewerken | brontekst bewerken]De CFR wordt gefinancierd uit verschillende particuliere inkomstenbronnen, waaronder bijdragen van individuele leden, filantropische giften, stichtingen, inkomsten uit het zakelijke ledenprogramma en opbrengsten uit een vermogen. De organisatie rapporteert deze inkomsten in haar jaarverslagen.[16]
De Rockefeller Foundation speelde historisch een aantoonbare rol bij de financiering van bepaalde onderzoeksactiviteiten. Een Rockefeller-subsidie maakte in 1937 bijvoorbeeld de eerste twee onderzoeksbeurzen mogelijk, terwijl de stichting ook het War and Peace Studies-programma ondersteunde.[12][8] Dit historische verband moet worden onderscheiden van het latere Corporate Program, dat pas in 1953 formeel werd opgezet.[17]
Positie in de geschiedschrijving
[bewerken | brontekst bewerken]De CFR heeft vanwege haar ledenbestand, toegang tot beleidsmakers en de doorstroming van personen tussen particuliere organisaties en overheidsfuncties veel aandacht gekregen in onderzoek naar Amerikaanse beleidselites. Robert Schulzinger publiceerde in 1984 een institutionele geschiedenis van de CFR waarin de ontwikkeling van de organisatie vanaf de jaren 1920 tot omstreeks 1980 wordt onderzocht.[19]
Parmar analyseerde de CFR vanuit theorieën over staatsmacht en elites en benadrukte de verwevenheid tussen particuliere deskundigennetwerken, stichtingen, ondernemingen en overheidsinstellingen.[7] In een latere vergelijkende studie onderzocht hij de CFR en het Britse Royal Institute of International Affairs gedurende de periode 1939–1945 en hun rol in de ontwikkeling en verspreiding van ideeën over buitenlands beleid.[13]
Deze wetenschappelijke literatuur maakt onderscheid tussen aantoonbare institutionele contacten en verdergaande beweringen over politieke macht. Dat onderscheid is van belang omdat aanwezigheid van CFR-leden in regering, bedrijfsleven of academische instellingen op zichzelf geen bewijs vormt dat de CFR als organisatie regeringsbeleid bepaalt.
Bekende oud-leden
[bewerken | brontekst bewerken]- Condoleezza Rice[20], oud-minister buitenlandse zaken
- Dick Cheney[20], voormalig vicepresident
- Graham Allison[20]
- Zbigniew Brzeziński[20]
- George H.W. Bush[20]
- Dick Cheney[20]
- Warren Christopher[20]
- Dianne Feinstein[20]
- Alan Greenspan[20]
- Chuck Hagel[20]
- Najeeb Halaby[20]
- Richard Holbrooke[20]
- Jeane Kirkpatrick[20]
- John McCain[20]
- George Mitchell[20]
- Jay Rockefeller[20]
- Elihu Root[20]
- George P. Shultz[20]
- George Soros[20]
- Fred Thompson[20]
- Cyrus Vance[20]
- Paul Volcker[20]
- Robert Zoellick[20]
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- Schulzinger, Robert D. (1984). The Wise Men of Foreign Affairs: The History of the Council on Foreign Relations. Columbia University Press, New York. DOI:10.7312/schu94342. ISBN 9780231055284.
- Parmar, Inderjeet (1995). The Issue of State Power: The Council on Foreign Relations as a Case Study. Journal of American Studies 29 (1): 73–95. DOI:10.1017/S0021875800026177.
- Parmar, Inderjeet (2004). Think Tanks and Power in Foreign Policy: A Comparative Study of the Role and Influence of the Council on Foreign Relations and the Royal Institute of International Affairs, 1939–1945. Palgrave Macmillan, Londen. DOI:10.1057/9780230000780. ISBN 9781403921031.
- Wala, Michael (1994), 'Ripping Holes in the Iron Curtain: The Council on Foreign Relations and Germany, 1945–1950', in: American Policy and the Reconstruction of West Germany, 1945–1955, Cambridge University Press. DOI:10.1017/CBO9781139052559.001, 1–20.
- Rietzler, Katharina (2022). U.S. Foreign Policy Think Tanks and Women’s Intellectual Labor, 1920–1950. Diplomatic History 46 (3): 575–601. DOI:10.1093/dh/dhac015.
- Ciappi, Enrico (2022). Transatlantic relations and public diplomacy: the Council on Foreign Relations, Jean Monnet, and post-WWII France and Europe. History of European Ideas 48 (6): 848–864. DOI:10.1080/01916599.2021.2009363.
- Ciappi, Enrico (16 september 2023). A Reappraisal of the Origins of European Integration: From Wartime Planning to the Schuman Plan. Journal of Contemporary History 58 (4): 676–696. DOI:10.1177/00220094231200453.
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Externe link
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ "Charity Navigator - Rating for Council on Foreign Relations"; geraadpleegd op: 4 februari 2022; taal van werk of naam: Engels.
- ↑ "Individual Membership"; geraadpleegd op: 14 februari 2026; taal van werk of naam: Engels.
- ↑ "Open Society Foundations - Awarded Grants, Scholarships, and Fellowships"; geraadpleegd op: 21 januari 2025; taal van werk of naam: Engels.
- 1 2 3 "Council On Foreign Relations Inc"; Nonprofit Explorer; auteur (als tekenreeks): Andrea Suozzo, Alec Glassford, Ash Ngu, Brandon Roberts; taal van werk of naam: Engels; datum van uitgave: 9 mei 2013; geraadpleegd op: 31 augustus 2025.
- 1 2 3 4 About CFR. Council on Foreign Relations. Geraadpleegd op 21 september 2026.
- 1 2 3 Schulzinger 1984, pp. 1–30.
- 1 2 3 Parmar 1995, pp. 73–95.
- 1 2 3 Schulzinger 1984, pp. 59–112.
- 1 2 Wala 1994, pp. 1–20.
- 1 2 Rietzler, Katharina (2 april 2022). U.S. Foreign Policy Think Tanks and Women’s Intellectual Labor, 1920–1950. Diplomatic History 46 (3): 575–601. DOI:10.1093/dh/dhac015.
- 1 2 Richard N. Haass, Think Tanks and U.S. Foreign Policy: A Policy-Maker's Perspective. United States Department of State (1 november 2002). Geraadpleegd op 21 september 2026.
- 1 2 3 Timeline of CFR: 1921–2021. Council on Foreign Relations. Geraadpleegd op 21 september 2026.
- 1 2 3 Parmar 2004, pp. 108–132.
- ↑ Ciappi 2023, pp. 676–696.
- ↑ Ciappi, Enrico (2022). Transatlantic relations and public diplomacy: the Council on Foreign Relations, Jean Monnet, and post-WWII France and Europe. History of European Ideas 48 (6): 848–864. DOI:10.1080/01916599.2021.2009363.
- 1 2 Annual Report 2025. Council on Foreign Relations. Geraadpleegd op 21 september 2026.
- 1 2 Membership. Council on Foreign Relations. Geraadpleegd op 21 september 2026.
- 1 2 Board of Directors. Council on Foreign Relations. Geraadpleegd op 21 september 2026.
- ↑ Schulzinger 1984.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 (en) The Council on Foreign Relations from 1921 to 1996:Historical Roster of Directors and Officers Continuing the Inquiry: Historical Roster of Directors and Officers. Gearchiveerd op 18 juni 2023.